Elementen

Zondagmiddag. Tijd om een frisse neus te halen. Vanuit mijn raam zie ik de takken van de boom in de achtertuin flink zwiepen. Het waait behoorlijk, maar het regent niet. Dat valt mee.

De wind is koud. Getooid in mijn lange wollen jas, mijn wijnrode sjaal en mijn zwarte handschoenen ga ik naar buiten. Zoals altijd heb ik mijn paraplu bij me. Twee maanden in Ierland hebben me geleerd dat het altijd kan gaan regenen.

Met mijn metgezel loop ik naar het plaatselijke winkelcentrum. We komen droog aan, maar wel met koude oren. Terwijl we de etalages bekijken warmen we weer een beetje op. De Kerstman is er en de kinderen staan in de rij om bij hem op schoot te mogen.

Als we weer naar buiten gaan, is het weer nog guurder geworden. Het waait niet alleen, het regent nu ook. Nadat ik de kraag van mijn jas omhoog heb gezet en mijn handschoenen weer aangedaan, haal ik mijn paraplu tevoorschijn. Op het moment dat ik hem openklap, voel ik hoe de wind probeert hem uit mijn handen te rukken. Ik houd hem stevig vast, terwijl ik probeer vast te stellen waar de wind precies vandaan komt. Om me heen worstelen meer mensen met hun paraplu. Zo ook mijn metgezel. Zijn paraplu overleeft het gevecht niet, al snel heeft hij alleen nog een zielig hoopje zwart nylon en verbogen metaal in zijn handen.

We lopen de eerste de beste winkel in om een nieuwe paraplu voor hem te kopen. Terwijl hij voor het rek met paraplu's staat, bekijk ik de mijne. Een arm is verbogen door het geweld van de wind, maar verder ziet hij er prima uit. In het licht schitteren de regendruppels als diamanten op zwart fluweel.

Eenmaal buiten steek ik mijn paraplu weer op. Mijn metgezel durft het niet aan. Hij heeft al een paraplu verloren vandaag en wil niet het risico lopen dat zijn gloednieuwe deze barre omstandigheden ook niet aankan. De wind trekt als een bezetene aan mijn paraplu en ik moet hem met beide handen vasthouden, anders wordt hij uit mijn handen gerukt. Hij flappert wanhopig, de wind lijkt wel van alle kanten te komen. Ik voer een choreografie uit waarvan ik de passen niet ken. Mijn metgezel probeert me over te halen mijn paraplu weer in te klappen, maar ik peins er niet over. Dit is mijn strijd tegen de elementen, opgeven is geen optie.

Thuis bekijk ik de schade. Die is gelukkig beperkt gebleven tot die ene verbogen arm. Voorzichtig probeer ik hem terug te buigen zonder hem te breken. Liefdevol spreek ik hem toe. Hij heeft zich kranig geweerd. Dit gevecht hebben we gewonnen. Nu goed uitrusten voor het volgende.