The rich and famous

Gisteren moest ik voor het eerst op zaterdag werken. Het was niet druk. Het was helemaal niet druk zelfs. Regelmatig moest ik een geeuw onderdrukken. Mijn collega's verging het al niet veel beter.

Iemand had Wie is het? onder zijn bureau liggen. Na 15 spelletjes was dat ook niet echt uitdagend meer. Dus gingen we het met echte personen spelen.

Gistermiddag was ik achtereenvolgens Mona Lisa, president Poetin, de blonde van K3, Brad Pitt en Pietje Bell. Ik verkeerde in gezelschap van Rembrandt, Ghandi, Freddy Mercury, Wiske (van Suske), de rode van K3, Ruud Gullit, Victoria Beckham, inspecteur Clouseau, Ronald Reagan, de paus, Bart Simpson, de zwarte van K3 en Georgina Verbaan.

Niet slecht voor een zaterdagmiddag.

Tijdsgeest

Mijn blog heeft een ander uiterlijk gekregen. "Nieuw! Nu nog beter!" zou ik roepen als ik in de reclame zat.

De waarheid is dat het eigenlijk per ongeluk ging. Bij het overstappen naar de nieuwe versie van Blogger ("Nieuw en nu nog beter", zoals ze zelf zeggen) gingen de aanpassingen die ik gemaakt had in het standaardontwerp verloren. Toen ik dat in de gaten kreeg, was het leed al geschied en kon ik het niet meer ongedaan maken. Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan. De kleine snippers HTML-code die ik met veel moeite onder de knie had gekregen, allemaal weg. Ik was weer terug bij af.

Na een aanvankelijke afkeer van de hele gebeurtenis heb ik besloten om er maar het beste van te maken en mijn blog een heel nieuw uiterlijk te geven. Stilstand is achteruitgang en je moet met je tijd meegaan. Dat geldt ook voor een blog. En dus heb ik weer uren zitten knutselen en zwoegen. Dit is het eindresultaat. Voorlopig dan. Want je moet wel met je tijd mee blijven gaan.

Elementen

Zondagmiddag. Tijd om een frisse neus te halen. Vanuit mijn raam zie ik de takken van de boom in de achtertuin flink zwiepen. Het waait behoorlijk, maar het regent niet. Dat valt mee.

De wind is koud. Getooid in mijn lange wollen jas, mijn wijnrode sjaal en mijn zwarte handschoenen ga ik naar buiten. Zoals altijd heb ik mijn paraplu bij me. Twee maanden in Ierland hebben me geleerd dat het altijd kan gaan regenen.

Met mijn metgezel loop ik naar het plaatselijke winkelcentrum. We komen droog aan, maar wel met koude oren. Terwijl we de etalages bekijken warmen we weer een beetje op. De Kerstman is er en de kinderen staan in de rij om bij hem op schoot te mogen.

Als we weer naar buiten gaan, is het weer nog guurder geworden. Het waait niet alleen, het regent nu ook. Nadat ik de kraag van mijn jas omhoog heb gezet en mijn handschoenen weer aangedaan, haal ik mijn paraplu tevoorschijn. Op het moment dat ik hem openklap, voel ik hoe de wind probeert hem uit mijn handen te rukken. Ik houd hem stevig vast, terwijl ik probeer vast te stellen waar de wind precies vandaan komt. Om me heen worstelen meer mensen met hun paraplu. Zo ook mijn metgezel. Zijn paraplu overleeft het gevecht niet, al snel heeft hij alleen nog een zielig hoopje zwart nylon en verbogen metaal in zijn handen.

We lopen de eerste de beste winkel in om een nieuwe paraplu voor hem te kopen. Terwijl hij voor het rek met paraplu's staat, bekijk ik de mijne. Een arm is verbogen door het geweld van de wind, maar verder ziet hij er prima uit. In het licht schitteren de regendruppels als diamanten op zwart fluweel.

Eenmaal buiten steek ik mijn paraplu weer op. Mijn metgezel durft het niet aan. Hij heeft al een paraplu verloren vandaag en wil niet het risico lopen dat zijn gloednieuwe deze barre omstandigheden ook niet aankan. De wind trekt als een bezetene aan mijn paraplu en ik moet hem met beide handen vasthouden, anders wordt hij uit mijn handen gerukt. Hij flappert wanhopig, de wind lijkt wel van alle kanten te komen. Ik voer een choreografie uit waarvan ik de passen niet ken. Mijn metgezel probeert me over te halen mijn paraplu weer in te klappen, maar ik peins er niet over. Dit is mijn strijd tegen de elementen, opgeven is geen optie.

Thuis bekijk ik de schade. Die is gelukkig beperkt gebleven tot die ene verbogen arm. Voorzichtig probeer ik hem terug te buigen zonder hem te breken. Liefdevol spreek ik hem toe. Hij heeft zich kranig geweerd. Dit gevecht hebben we gewonnen. Nu goed uitrusten voor het volgende.

Pippi-kousen

Heden morgen om 7 uur:
In het donker loop ik de deur uit, op weg naar mijn werk. Zodra ik een stap buiten zet, voel ik de druppels. Ik open mijn paraplu, duw de dopjes van mijn mp3-speler nog eens goed in mijn oren, doe mijn handschoenen aan en begin aan mijn wandeling. Door de muziek hoor ik niet hoe hard de regen op mijn paraplu klettert. Pas in het licht van de koplampen van een voorbijrazende auto zie ik dat het giet.

Ik maak me geen zorgen, koude voeten zal ik niet krijgen. Koude benen ook niet. Ik heb Pippi-kousen aan. Vrolijk gestreept tot aan mijn knie. Lekker warm en toch stoer.

Als ik bij mijn werk aankom heb ik toch koude voeten. De regen is door mijn schoenen heen gegaan. Mijn benen zijn ook niet zo lekker warm als ik gehoopt had. Als ik mijn broekspijpen omhoog doe, zie ik waarom. Mijn kousen zijn afgezakt tijdens het lopen.

Daar had Pippi nooit last van, volgens mij.