Carrièrevrouw?

Pfoei, wat een lang sollicitatiegesprek afgelopen vrijdag, het duurde bijna 1,5 uur. Maar mij hoor je niet klagen, want aan het einde boden ze me een contract aan. En dus heb ik nu officieel een baan! Goed nieuws? Ja zeker, maar dat is niet het enige goede nieuws. Want overmorgen (dinsdag dus) heb ik nog een sollicitatiegesprek. En hoe leuk de baan van vrijdag ook is, als ik de baan van dinsdag krijg, dan neem ik die. Maar zover is het dus nog niet. Want eerst moet ik nog op gesprek. Duimen maar weer... Maar een baan heb ik in ieder geval al.

Lente

Ik heb me net lekker buiten geïnstalleerd om te genieten van het eerste lentezonnetje als de telefoon gaat. Met tegenzin neem ik op. "Goedemiddag, met UPC, uw kabelmaatschappij" hoor ik irritant vrolijk aan de andere kant van de lijn. Ik heb een donkerbruin vermoeden waar hij voor belt. Ze willen me weer wat aansmeren. Dat hebben ze vorige week ook al twee keer geprobeerd namelijk. En jawel, daar komt het ingestudeerde verhaaltje. Ik onderbreek hem vriendelijk om te vertellen dat hij niet de eerste is die namens "mijn kabelmaatschappij" belt. Een beetje van zijn stuk gebracht biedt hij zijn verontschuldigingen aan. Nu hij zijn verkoopstem achterwege laat klinkt hij meteen veel leuker. Hoe het komt weet ik niet, maar er ontspint zich een gesprek dat niets met digitale televisie te maken heeft. Het wordt een beetje flirterig zelfs. "Niet dat ik het niet gezellig vind om zo met je te kletsen," zegt hij na een tijdje, "maar kan ik verder nog iets voor je betekenen?" Verbeeld ik het me maar of klinkt hij een beetje teleurgesteld als ik ontkennend antwoord? Glimlachend loop ik terug naar buiten.
Ja, de lente is weer begonnen.

Aardbeien












Op de markt bij de fruitkraam:

"Wilt u aardbeien?"
"Nee, dank je, ik wil graag 20 perssinaasappels."
"Ze zijn echt lekker hoor. Hier, proef maar."
"Hmm. Smaakt wel goed ja."
"Zo, 20 sinaasappels. Wil je geen aardbeien?"
"Nee, ik hoef geen aardbeien, maar wel 10 rode grapefruits."
"Hou je niet van aardbeien?"
"Jawel hoor."
"Als je drie doosjes koopt, krijg je er gratis een doosje bij."
"Nee, dank je, een paar peren graag."
"Geen aardbeien?"
"Nee."
"Nou, dan niet."

Duimen

Sinds ik terug ben uit India ben ik aan het solliciteren geweest. Tot nu toe zonder succes. Heel frustrerend. Ik was dan ook erg blij toen ik net een mail kreeg van een bedrijf waar ik gesolliciteerd heb. Ze wilden mijn sollicitatie graag in behandeling nemen, maar vroegen zich af of de reisafstand niet te groot was om iedere dag af te leggen. Misschien dat ik een logeeradres in de regio had? Het betreft hier een tijdelijke functie tot september en de reisafstand is inderdaad te groot om twee keer per dag af te leggen. Vanzelfsprekend heb ik een mailtje teruggestuurd dat ik onderdak heb, mochten ze mij aannemen. Dat heb ik helemaal niet, maar ik ben ervan overtuigd dat ik wel iets kan vinden. Daar houd ik me nu nog niet mee bezig. Eerst even duimen dat ik die baan krijg.
Update 13.40 uur: Joehoe! Ik heb een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek gekregen! Volgende week vrijdag is het zover...

Over mijn lijk

BNN wil graag taboes doorbreken. Hun serie Je zal het maar hebben, waarin jongeren spraken over hun niet-alledaagse en vaak vervelende aandoeningen, was daar een voorbeeld van. Over mijn lijk ligt een beetje in het verlengde van deze serie. Patrick Lodiers volgde een jaar lang vijf jongeren die te horen hebben gekregen dat zij terminaal ziek zijn en niet meer beter kunnen worden. Van deze vijf jongeren zijn er ondertussen al vier overleden. Gisteren was de eerste aflevering. Meteen werd duidelijk dat Over mijn lijk niet gaat over doodgaan, maar juist over leven. Wiebe, Karin, Elmar, Fedde en Geja vertellen openhartig over hun ziekte en hun ervaringen. Indrukwekkend, prachtig en bemoedigend vind ik hun verhalen. Volgende week kijk ik weer.
Over mijn lijk: maandag, 21.45 - 22.20 uur, Ned. 2

Opa en Pippi

Vanochtend was Pippi Langkous op tv. Zo'n oude film uit 1969, oorspronkelijk in het Zweeds, maar in het Nederlands nagesynchroniseerd. Als klein meisje fantaseerde ik erover hoe het was om Pippi te zijn. Niet naar school hoeven, alleen maar doen waar je zelf zin in hebt, met een aapje en een paard in een groot huis wonen en niemand die je vertelt wat je wel en niet mag doen. Oh ja, en ook nog met een koffer vol geld en zo sterk dat je een auto kunt optillen.
Mijn verbazing was groot toen ik rond een uur of 11 bij mijn opa van 96 binnenkwam. Want die zat ook Pippi te kijken. En hij zette de tv niet uit toen er meer bezoek kwam. Nee, opa wilde de hele film zien. Met het geluid uit weliswaar, want zijn gehoor is niet meer wat het geweest is. Terwijl de rest van het bezoek met elkaar praatte, zaten wij samen van Pippi te genieten. Hij moest regelmatig grinniken om dat meisje met die rode vlechtjes die alles voor elkaar kreeg. Toch mooi, een man van 96 die zich nog niet te oud voelt voor Pippi.

Afstandsbediening

Vorig weekeinde was ik op een boekenmarkt. Daar vond ik een nog ongelezen exemplaar van Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl. Voor 50 cent. Dit was een van mijn favoriete boeken als kind, dus die kon ik niet laten liggen. Voor die prijs al helemaal niet.
Vanmiddag (om 17.10 uur) zendt Net5 de film uit. Die uit 1971 welteverstaan: Willy Wonka and the Chocolate Factory. Met Gene Wilder als Willy Wonka. Die vind ik eigenlijk veel leuker dan Johnny Depp in Charlie and the Chocolate Factory uit 2005. De Oempa- Loempa's ook trouwens.
Wat jeugdfilms betreft is dit een goed weekend. Behalve Sjakie komt ook Pippi Langkous (maandag, 10.00 uur, Nederland 3) voorbij in haar eerste film. En Bastian, het bange jongetje uit The Neverending Story (maandag, 14.00 uur, RTL 7). De originele film uit 1984, van Wolfgang Petersen. Die vind ik nu nog net zo geweldig als toen. Ik heb de afstandsbediening alvast gereserveerd.

Oefenen

Het is een beetje raar gesteld met mij. Alleen op reis naar India, daar draai ik mijn hand niet voor om, maar als het op mijn kapsel aankomt, ben ik lang niet zo avontuurlijk. Veel vrouwen vinden het heerlijk om naar de kapper te gaan en zich iedere maand een nieuwe coupe aan te laten meten. Ik hoor niet tot die groep vrouwen. Meestal vergeet ik naar de kapper te gaan en zit er wel een maand of drie tussen twee knipbeurten. Het moge duidelijk zijn dat mijn kapsel dan ook niet zo modieus is, maar vooral praktisch. Ik heb geen zin om 's ochtends uren lang te moeten föhnen en stylen voor ik de deur uit kan. Kam erdoorheen, stiekje erin en ik ben klaar voor een nieuwe dag. Maar toegegeven, soms kijk ik wel eens in de spiegel en dan komt er maar één woord bij me op: blegh! Altijd neem ik me dan voor om eens iets anders met mijn haar te doen. Alleen komt het er nooit van. Het ontbreekt me aan moed. Ik neem geen risico's met mijn haar.
Tot gisteren. Vorige week zag ik op tv een vrouwelijke BN-er met een kapsel dat ik erg leuk vond. Het was ook erg kort. En rigoreus anders dan mijn eeuwige staartje. Dus ik legde me er al bij neer: het was een erg leuke coupe, maar dat zou ik toch nooit durven. Bovendien zou me dat veel te veel tijd kosten 's morgens. Soms is zelfkennis best handig. Het bleef echter maar kriebelen. Na een paar dagen toch maar de kapper gebeld, mijn laatste knipbeurt was ondertussen al weer drie maanden geleden.
Gisteren was het zover. Ik had wat foto's van de betreffende mevrouw opgezocht op internet en met een uitdraaitje toog ik naar de kapper. Ze vroeg hoe ik het wilde hebben. "Nou...," zei ik een beetje aarzelend. "Je had iets meegenomen, zag ik?" vroeg ze. Een beetje verlegen liet ik het zien, meteen stamelend dat ik niet wist of zoiets mij zou staan. Ze knipte en knipte en knipte. Toen smeerde ze een hoop spul in mijn haar. Er moest geföhnd worden. Daarna nog wat spul in mijn haar en nog een keer de föhn. Toen was ik klaar. En ik moet toegeven, het resultaat viel me niet tegen. Het viel me zeker niet tegen. Eigenlijk vond ik het wel heel erg leuk. Ik was helemaal happy toen ik de deur uitliep.
Tot vanochtend. Toen moest ik zelf gaan smeren en föhnen en smeren en nog eens föhnen. Meteen wist ik weer waarom ik altijd alleen een staartje had. Dat was tenminste idiot proof. Dat kon ik met mijn ogen dicht nog. Dit niet. De kapper had me uitgelegd hoe ik het allemaal moest doen. Vol goede moed ging ik aan de slag. Ik smeerde en föhnde en smeerde en föhnde. Het zag er nog niet zo uit als gisteren, dus smeerde en föhnde ik nog wat meer. Uiteindelijk was ik tevreden. Qua tijd viel het ook wel mee: 15 minuten. En dat voor een eerste keer. Ik denk dat ik, met een beetje oefening, die tijd wel kan terugbrengen naar 5 minuten. En misschien, als ik heel goed oefen, dat het er hetzelfde uitziet als wanneer zij het doet. Maar dan moet ik wel nog flink oefenen.

Mädchen

Ik lees graag. En veel. Ik was vroeger zo'n kind dat in bed onder de dekens las. Mijn ouders dreigden regelmatig om alle boeken uit mijn kamer te verwijderen. Tot mijn grote schrik. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen.
Ik lees dus graag. Het liefst uit boeken die ik zelf heb. Boeken uit de bieb zijn handig, maar kunnen toch niet tippen aan boeken in mijn eigen boekenkast. Die kan ik pakken wanneer ik wil, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Daar kan ik aantekeningen in maken, ze zijn nooit uitgeleend en ik hoef er niet op te letten wanneer ik ze weer terug moet brengen. Bovendien zit er vaak een verhaal achter. Meestal weet ik nog precies waar en wanneer ik een boek gekocht heb. En in de boeken die ik op verjaardagen en zo krijg, staat bijna altijd een boodschap van de gulle gever. Veel leuker dan die boeken van de bieb dus, waar alleen maar saaie stempels in staan en kreten als "Lichte waterschade".
Toch ga ik graag naar de bieb. Want daar kan ik boeken lenen die ik zelf niet zo snel zou kopen of waarvan ik nog niet zeker weet of ik ze wel wil kopen. Mijn laatste biebboek was van Marian Keyes - Lucy Sullivan is getting married. Aardig boek, leest lekker weg, maar niets speciaals, de kans dat ik hem nog een keer zou willen lezen in de toekomst is miniem. Gelukkig dus maar dat die van de bieb kwam. Mijn laatst gekochte boek, na een tocht langs verschillende uitzendbureaus vond ik dat ik wel iets verdiend had, was ook chicklit: Sophie Kinsella - The undomestic goddess (in het Nederlands verschenen als Aanpakken!). Veel leuker dan dat biebboek en dus ben ik blij dat ik het gekocht heb.
Literatuur kun je het niet noemen, maar dat vind ik niet zo'n probleem. Het lezen van zo'n chicklit-boek heeft op mij een soortgelijk effect als het eten van 3 grote repen chocola: heerlijk opbeurend als je een dipje hebt. Deze boeken lees ik dan ook het liefst thuis op de bank, in mijn ouwe kloffie, of lekker in bed. Mannen doen er meestal nogal lacherig over, maar volgens mij komt dat gewoon omdat er niet een vergelijkbaar genre voor mannen is. Jaloezie dus. Arme mannen. Gelukkig ben ik een vrouw. Of om met de woorden van Lucilectric te spreken: ich bin so froh daß ich ein Mädchen bin...

Filosoferen

Dat iets nog nooit gebeurd is, wil niet per definitie zeggen dat het niet kan.