Dichteres

Bijna 18 jaar geleden, op een koude, donkere avond (zo herinner ik het me tenminste), zat ik in de keuken aan mijn gloednieuwe typemachine. Driftig zat ik te tikken, met twee vingers, want blind typen kon ik toen nog niet. Trots liet ik het resultaat aan mijn vader zien: mijn allereerste gedicht. Het ging over de natuur, want in die tijd wilde ik nog bioloog worden. Wat dat precies inhield, wist ik niet, maar ik dacht dat het met de natuur te maken had en dat was alles wat ik nodig had om te besluiten dat ik bioloog zou worden.

Mijn vader moedigde me aan en zei dat ik het stukje naar het plaatselijke huis-aan-huisblad moest brengen, misschien zouden ze het wel plaatsen. De volgende dag bracht hij me naar het kantoor van de redactie. Hij bleef in de auto op me wachten, terwijl ik parmantig naar binnen stapte. Ik voelde me heel groot, ook al kon ik binnen niet eens over de balie heenkijken. Gewichtig gaf ik mijn gedicht af en rende weer terug naar de auto.

Een week later... Het staat erin! En dat niet alleen, ik word ook nog eens 'dichteres' genoemd: "[...] Wel kwam er op ons kantoor van de week een jongedame binnen die een gedichtje bracht. Lees hieronder maar eens, wij vonden het heel mooi en het gaat ook nog over iets echts. Prima gedaan, dichteres, ga zo door." Op dat moment besloot ik dat ik schrijver zou worden. Schrijver en bioloog, dat ging best samen. Op de middelbare school kwam ik er echter al snel achter dat biologie niet een van mijn favoriete vakken was. Bioloog was niet langer mijn roeping. Het idee van schrijver heb ik langer vastgehouden, maar uiteindelijk ben ik toch een andere richting ingeslagen.

Laatst dacht ik weer aan dat gedichtje. Gelukkig bestaat het betreffende huis-aan-huisblad nog steeds en gelukkig hebben ze een archief. Na het doorspitten van een paar jaargangen, viel mijn oog er plotseling op. Daar stond het! Ik las de zinnen die ik zoveel jaren geleden schreef, toen ik nog dacht dat gedichten moesten rijmen. Ik herinnerde me het gevoel van gewoon schrijven, zonder me zelfs maar af te vragen of het goed zou zijn. Met een brede glimlach liep ik het kantoor uit, een kopie van mijn eerste gepubliceerde gedicht in mijn tas. Iedere keer als ik het lees, voel ik me weer dat meisje van toen. Dat meisje dat toen al in de gaten had waar schrijven om draait: schrijven omdat je wil schrijven, ook al is er verder geen ziel op deze wereld die wil lezen wat je schrijft.